Direct inzicht in de kwaliteit van uw dienstverlening?

Start de scan

In de twintig jaar dat het Keurmerk Arbeid bestaat is er veel veranderd op het gebied van re-integratie. Ten goede veranderd, benadrukt Esther Rohlfs, Adviseur Arbeid van Blik op Werk. “De markt is steeds verder geprofessionaliseerd. De gemene deler is nu dat mensen duurzaam aan het werk zijn en meedoen in de maatschappij.”

“De slager keurde zijn eigen vlees”
Twintig jaar geleden is Blik op Werk ontstaan vanuit een wens van het werkveld om zich te kunnen onderscheiden en meer kwaliteit en transparantie in de sector te bieden. “Er waren toen nogal veel spelers”, aldus Esther, “daar zaten ook cowboys bij die dachten: ik kan met re-integratie geld verdienen.” De branche beoordeelde zichzelf, wat niet bijdroeg aan het imago. “De slager keurde zijn eigen vlees.”

Bij de oprichting van Blik op Werk waren veel partijen in het werkveld betrokken. Onder andere sociale partners, Raad voor Werk en Inkomen, LCR, VNG en UWV. “Ze wilden zelf een ‘moreel’ keurmerk.” Dit idee leidde uiteindelijk tot het ontstaan van het Keurmerk Blik op Werk, dat zich eerst alleen richtte op organisaties die mensen begeleiden bij het behouden en vinden van werk, wat nu het Keurmerk Arbeid is.

Vanaf de start werkt Blik op Werk onafhankelijk. “Aan deze onafhankelijke positie hechten we heel veel waarde.” Dat blijkt ook uit de audits die Blik op Werk laat uitvoeren. Certificerende instellingen voeren de audits uit, maar de regie blijft bij Blik op Werk. “We doen witness audits, waarbij mijn collega meegaat met een auditor. Deze toetst niet de keurmerkhouder, maar de auditor zelf. Voert die de audit uit zoals wij het wensen? Jaarlijkse harmonisatiesessies zorgen ervoor dat alle auditoren op dezelfde wijze werken.”

Tegelijkertijd kijkt Blik op Werk kritisch naar wat het keurmerk vraagt. “We leggen wel regels op, maar wat wordt er eigenlijk mee gedaan? Meten we er werkelijk mee wat we willen meten?” Bij aanpassingen in het keurmerk worden nu de keurmerkhouders zelf betrokken. Bovendien zijn later ook opdrachtgevers toegevoegd aan het tevredenheidsonderzoek. Dit heeft de kwaliteit van het keurmerk vergroot.

De komende jaren ziet Esther een rol voor de keurmerkhouders bij de verdere verbetering van het keurmerk. Door zich meer met elkaar te verbinden, kunnen zij hun expertise delen. Bij deze verbinding wil Blik op Werk graag een rol spelen.

Niet alleen focus op werk, maar ook op duurzame participatie
In de afgelopen twintig jaar is de arbeidsmarkt veel complexer geworden. “De hele arbeidsmarkt is niet meer zoals het was. We zijn met het keurmerk begonnen toen het nog normaler was dat je heel veel jaar bij dezelfde werkgever werkte. We kunnen nu wel stellen dat de jongeren hier totaal anders naar kijken.” Daarnaast zijn er in de afgelopen decennia banen overbodig geraakt, en zijn er nieuwe banen ontstaan. Bovendien is er nu krapte in de arbeidsmarkt, en dat was in 2006 ook wel anders.

En de kijk op re-integratie is veranderd. “We kijken niet alleen naar werk, maar ook naar duurzame participatie.” Dat betekent aandacht voor het voorkomen van uitval en voor maatschappelijke betekenis, ook als betaald werk niet direct haalbaar is.  “Vroeger moest, oneerbiedig gezegd, de kaartenbak leeg. Zolang mensen geplaatst werden was het goed. Maar als we nu mensen begeleiden naar werk, is het tevens belangrijk dat ze het werk behouden. Dus dat we niet elke keer opnieuw moeten beginnen, maar dat iemand echt zijn plek in de maatschappij vindt en houdt.”

Speelveld complexer
Deze ontwikkelingen hebben ook geleid tot een ander werkveld. Waar het keurmerk eerder voornamelijk grote re-integratiebedrijven bediende, ziet het er nu heel anders uit. “In 2015 is de Participatiewet in werking getreden,” zegt Esther. “Ineens hadden we te maken met 354 gemeenten, die allemaal wat te zeggen hebben over wat ze doen met inkoop. Sommige kiezen ervoor om alles intern te doen. Anderen kopen extern in. Het speelveld is daardoor veel complexer geworden.”

Met de Wet Inburgering 2021 laaide de discussie op: hoe belangrijk is het participatiegedeelte? Wat moet je ervoor regelen? En hoe koppel je participatie op een passende manier aan taalverwerving? Elke gemeente maakt ook hierbij weer andere keuzes. Waar sinds 2017 sprake was van een gezamenlijk keurmerk Blik op Werk, kwam in 2022 een splitsing van het keurmerk. Sindsdien spreekt Blik op Werk over het Keurmerk Arbeid en het Keurmerk Inburgeren.

Veranderend overheidsbeleid heeft voor nog meer wijzigingen gezorgd. De relatie met het UWV veranderde door de jaren heen, wat gevolgen had voor het aantal aangesloten organisaties. Na een periode van sterke afname lijkt die trend inmiddels gekeerd. “Maar de laatste jaren zie ik weer een duidelijke stijgende lijn.”

“ Ik zie steeds meer specialisaties en niches“
Door de wijzigingen in de arbeidsmarkt en het werkveld zijn ook de keurmerkhouders zelf veranderd. “Waar je vroeger echt grote bedrijven zag, zie je nu steeds meer specialisaties en niches.” Zo zijn er organisaties die zich richten op nieuwkomers en statushouders, ex-gedetineerden, neurodivergentie en omscholing in specifieke branches. Zelfs de uitvaartbranche heeft inmiddels een keurmerkhouder.

Esther verwacht dat er de komende jaren nog meer specialisaties bij komen. “Door vergrijzing en de hogere pensioenleeftijd zie je nu ook organisaties op dat gebied.”

Deze specialisering vindt Esther een goede ontwikkeling. “Je wil onderscheidend vermogen, dus dan moet je niet allemaal hetzelfde gaan bieden.” Een bijkomstig voordeel van deze specialisaties is de betrokkenheid van de keurmerkhouders. “Je voelt bij hen echt de passie. Ze willen het goed doen.” Dat geldt zeker voor de moeilijkste doelgroepen: mensen met beperkingen, schulden of die de taal niet machtig zijn. “De echte uitdaging zit in deze verschillende doelgroepen. En daar zit voor de keurmerkhouders ook het echte plezier.”

Deel dit artikel

LinkedIn
X
Email
Facebook