Het nieuwe regeerakkoord zet stevig in op participatie, werkhervatting en re-integratie. Meer mensen aan het werk - logisch, noodzakelijk ook. Als directeur-bestuurder van Blik op Werk steun ik die ambitie volledig. Onze missie draait immers om inclusie: iedereen moet kunnen meedoen, juist ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Maar eerlijk is eerlijk: wij krijgen dat zelf nog niet voor elkaar.
We praten over inclusief werkgeverschap, we stimuleren het, we adviseren anderen. En toch is het ons tot nu toe niet gelukt om dat ‘onbenut arbeidspotentieel’ echt aan ons te binden. Dat wringt. En het dwingt tot een ongemakkelijke vraag: ligt het probleem bij de doelgroep, of vooral bij onszelf?
Eén miljoen mensen aan de zijlijn - en wij kijken toe
De cijfers zijn bekend. Sinds 2021 zijn er meer vacatures dan werklozen. De arbeidsmarkt is nog altijd krap. Tegelijkertijd staat er een enorme groep langs de zijlijn: zo’n één miljoen mensen die willen en kunnen werken, maar geen plek vinden. Dat is geen klein lek in het systeem. Dat is een structureel probleem.
Toch blijven we het benaderen als een technisch vraagstuk. Met regelingen, prikkels en beleid. Maar daar gaan we het niet mee oplossen. Dit vraagt om iets anders: ander gedrag van werkgevers.
Ook van ons.
Binnen die groep onbenut arbeidspotentieel is de grootste categorie mensen die meer uren willen werken. Daar liggen kansen. Maar de echte spanning zit bij groepen die wel willen werken, maar nog niet aan de slag zijn: statushouders, langdurig zieken en mensen met een arbeidsbeperking.
Groepen waar wij ons als organisatie nota bene op richten.
We willen wel, maar durven we ook?
Neem statushouders of mensen die net ingeburgerd zijn. De motivatie is er. Dat is keer op keer aangetoond. Toch blijven werkgevers terughoudend. Te ingewikkeld. Te veel gedoe. Taal is een probleem.
Wij gebruiken dezelfde argumenten.
Bij Blik op Werk hebben we nog geen statushouder in dienst. Niet omdat het niet kan, maar omdat we onszelf overtuigen dat taal een te grote barrière is. Dat klinkt rationeel, maar dat is het niet. Want taal leer je juist door te doen. En de werkvloer is daar uitermate geschikt voor.
Ik ervoer dat zelf tijdens een workshop die ik samen gaf met een vrouw die haar inburgeringstraject inmiddels heeft afgerond . Haar Nederlands was niet perfect, maar haar verhaal was sterk. De zaal hing aan haar lippen. Deelnemers deden moeite om haar goed te volgen - en juist dat maakte de sessie beter.
Dat moment was confronterend. Blijkbaar leggen wij de lat hoger dan nodig. En gebruiken we die lat als excuus om niets te doen.
De terughoudendheid van werkgevers is zelden puur rationeel. Het is een patroon. Een reflex. Statushouders zijn geen risico, maar een kans: gemotiveerde medewerkers, nieuwe perspectieven, snellere invulling van vacatures en een sterkere, meer diverse organisatie.
Maar dan moeten we ze wel een kans geven.
Het echte probleem? Onbekendheid en gemak
Hetzelfde mechanisme zie je bij mensen met een arbeidsbeperking. Ook daar ontbreekt het zelden aan motivatie. Toch lopen zij telkens vast op dezelfde bezwaren: te ingewikkeld, te veel begeleiding, te veel risico.
Wij deden precies hetzelfde. Jarenlang hadden we niemand met een arbeidsbeperking in dienst: “Te veel administratief gedoe met het UWV”. Begrijpelijk misschien, maar niet waar.
Het echte probleem was eenvoudiger: we wisten het niet goed. We wisten niet hoe we het moesten organiseren en we wisten niet wat we konden verwachten. En in plaats van dat uit te zoeken, deden we niets. Onbekendheid werd stilzwijgend een excuus voor stilstand.
Dat is ongemakkelijk om toe te geven. Maar wel eerlijk.
We hebben inmiddels besloten om dat patroon te doorbreken. We gaan actief werven onder deze doelgroep. Dat kost tijd, uitzoekwerk en ja, waarschijnlijk ook papierwerk. Maar dat is geen reden om het niet te doen. Wie echt wil veranderen, moet ergens beginnen.
Initiatieven die werkgevers en werknemers met een arbeidsbeperking met elkaar in contact brengen, laten zien dat het kan. Niet omdat beleid het afdwingt, maar omdat mensen elkaar leren kennen. En precies daar zit de sleutel: cultuur verandert pas als gedrag verandert.
Langdurig ziek: voorzichtigheid die verlamt
Ook bij langdurig zieken zien we hetzelfde patroon. De meeste mensen willen terug naar werk. Toch gebeurt dat vaak niet, of pas heel laat. Waarom? Omdat we zijn gaan geloven dat rust dé oplossing is.
De Wet verbetering poortwachter verplicht werkgevers en werknemers om samen op te trekken. In de praktijk verzandt dat vaak in administratieve processen die vooral gericht zijn op het voorkomen van sancties. Het systeem draait, maar de mens verdwijnt uit beeld.
Ziekte, zeker als het psychisch is, maakt ons werkgevers onzeker. We vinden het moeilijk om hiermee om te gaan, soms zelfs ongemakkelijk. Dus houden we afstand. We besteden het uit aan de Arboarts of casemanager en hopen dat het goed komt.
Maar zo werkt het niet.
Juist intensief contact maakt het verschil. Niet afwachten, maar in gesprek blijven. Niet focussen op wat niet meer kan, maar onderzoeken wat nog wél mogelijk is. Werkgever en werknemer hebben daar samen het beste zicht op, niet een protocol.
Ook bij ons moet dat anders. Minder leunen op systemen, meer inzetten op het gesprek. Dat is soms onwennig en spannend, maar uiteindelijk veel effectiever dan een perfect ingevuld dossier.
Inclusie begint bij onszelf
De ambities van het kabinet zijn terecht. Maar zonder aandacht voor gedrag, cultuur en beeldvorming blijven het goede bedoelingen. De echte vraag is eenvoudig: zijn wij als werkgevers bereid om zelf te veranderen?
Inclusief werkgeverschap vraagt niet om nog meer beleid, maar om andere keuzes. Keuzes die misschien ongemakkelijk zijn. Die tijd kosten. Die onzeker voelen.
Wij hebben die stap nog onvoldoende gezet, maar dat gaan we wel doen. Want inclusie is geen verplichting. Het is een kans – voor mensen, voor organisaties en voor de arbeidsmarkt als geheel.
En die kans laten we nu nog te vaak liggen.
Robertjan Uijl, directeur-bestuurder Blik op Werk
Dit artikel vormt het startpunt voor een serie gesprekken over dit onderwerp met experts, uitvoerders en beleidsmakers. Reageren of meedenken? Neem dan contact op met Robertjan Uijl via ruijl@blikopwerk.nl.