Samen werken aan
duurzame participatie

Reactie op opiniestuk Hans Hillen: Samen ten strijde fraude in taalonderwijs

In De Volkskrant van 8 juni jl. stelt Hans Hillen, voorzitter van de branchevereniging van private opleiders (NRTO), dat die opleiders al te gemakkelijk worden beschouwd als bron van fraude in de inburgering. Als Hillen bedoelt te zeggen dat er uiterst bonafide private opleiders zijn, heeft hij gelijk. Als hij zegt dat het huidige stelsel - waarin de inburgeraar een grote som geld leent en vervolgens een persoonlijk contract afsluit met een taalaanbieder - fraudegevoelig is, heeft hij ook gelijk. Het is een gezamenlijk belang van alle betrokken partijen om fraude te bestrijden. Echter, als Hillen zegt dat ‘slechts’ het keurmerk Blik op Werk de enige is die toezicht houdt op deze markt, dan heeft hij ongelijk.

Het klopt dat Blik op Werk bij fraude het keurmerk van een aanbieder intrekt. Sinds september 2018 is dit 20 keer om deze reden gebeurd. De consequentie van het intrekken van het keurmerk is dat de inkomsten van de taalaanbieder onmiddellijk stil vallen. Declaraties voor lessen worden door DUO niet meer gehonoreerd en er kunnen geen cursisten die gebruik maken van een lening, meer worden aangenomen. Daar blijft het echter niet bij. Blik op Werk doet meer. Als er een vermoeden is van fraude wordt dit gemeld aan de Inspectie SZW. De inspectie heeft immers opsporingsbevoegdheid en instrumenten ter beschikking die Blik op Werk niet heeft. Sinds 2018 heeft Blik op Werk 150 keer een dergelijke melding gedaan. Bij lichtere overtredingen, zoals het geven van een laptop aan cursisten en dit financieren uit hun lening, volgt een schorsing. Voor een bepaalde periode mogen dan geen nieuwe cursisten worden aangenomen. Sinds 2018 zijn 42 keurmerkhouders door Blik op Werk geschorst. Een deel daarvan betrof leden van NRTO, de MBO-raad en OVAL. Of dit voor deze opleiders ook consequenties heeft gehad voor het al dan niet mogen behouden van hun NRTO-keurmerk is niet bekend.

Wie willens en wetens wil frauderen zit niet stil en bedenkt continu nieuwe vormen en manieren. De afgelopen jaren zijn er daarom steeds nieuwe aspecten, eisen en normen aan het keurmerk toegevoegd, in overleg met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er is bijvoorbeeld Toezicht in Klas bijgekomen, vooraf declareren kan niet meer, het aantal onverwachte bezoeken is geïntensiveerd en er wordt - naast de jaarlijkse audits - apart financieel toezicht uitgevoerd met hulp van o.a. forensische accountants. Tot de corona-crisis was digitaal onderwijs niet meer toegestaan vanwege de fraudegevoeligheid. Aspirant-keurmerkhouders worden sinds jaar en dag het eerste jaar na aanmelding 2 keer gecontroleerd. Inmiddels controleert Blik op Werk aspirant-keurmerkhouders vaker; tot wel 5 keer per jaar. Blik op Werk blijft scherp en blijft komen met voorstellen om fraude in het taalonderwijs hard aan te pakken zodat bonafide opleiders en, niet te vergeten, inburgeraars die graag goed de taal willen leren, niet de dupe worden van de rotte appelen in de sector. 

Concluderend: ja, er is helaas fraude bij het inburgeren. Soms gebeurt dit door aanbieders en soms door aanbieder en inburgeraar samen. Ja, dat moet worden aangepakt. De geldkraan moet in die gevallen zo snel mogelijk worden dichtgedraaid, er moet vervolgd, gestraft en waar het kan teruggevorderd worden. Effectieve bestrijding van fraude vraagt de actieve inzet van alle verschillende partijen in het veld. Ieder met de eigen middelen en mogelijkheden, in dialoog en in aanvulling op elkaar. Voor de duidelijkheid: dit is een uitnodiging.

Cristel van de Ven, voorzitter raad van toezicht Blik op Werk